Joseph SchechlaInterview met Joseph Schechla door Mieke Zagt:

Joseph Schechla, coördinator van het Housing and Land Rights Network van Habitat International Coalition (HIC) schreef een uitgebreid artikel over de extraterritoriale verplichtingen van staten en over de rol van lokale overheden. Soms beweren overheden, zowel nationale overheden als lokale overheden, dat zij geen verantwoordelijkheid voor mensenrechten dragen buiten hun eigen territoriale jurisdictie. Te vaak wordt er gehandeld met het buitenland, of geïnvesteerd in bedrijven of wordt werk uitbesteed, zonder duidelijke verwijzing naar de mensenrechten. Joseph Schechla beargumenteert dat alle lagen van de overheid verplicht zijn om mensenrechten te respecteren en te beschermen en, waar mogelijk, om ze te implementeren en schade te herstellen.

MZ:  Je schrijft over extraterritoriale verplichtingen van staten en je zegt dat niet alleen de centrale overheid, maar ook lokale overheden verplichtingen hebben onder internationaal recht. Waarom heb je hier een artikel geschreven?

JS:  Het artikel was het gevolg van verschillende inspanningen om de rol van lokale overheden inzake mensenrechten en internationale solidariteit te verduidelijken. Het vraagstuk van extraterritoriale verplichtingen voor staten wordt steeds belangrijker in onze globaliserende wereld. Staten hebben verplichtingen als zij samenwerken met anderen buiten hun eigen grondgebied, zoals binnen handelsbetrekkingen of via investeringen en binnen internationale ontwikkelingssamenwerking. Aangezien de centrale overheid gewoonlijk als belangrijkste actor op het internationale toneel verschijnt, veronderstellen wij dat de regionale of lokale regeringen daar geen rol spelen. Maar, ook lokale overheden zijn niet vrijgesteld van extraterritoriale verplichtingen om de mensenrechten en de fundamenten van het internationale recht te respecteren.

Dat betekent dat alle delen van de overheid, zowel de centrale overheid als de lokale overheden en haar instituten, het internationale recht, en zeker de meest fundamentele normen van ons recht, moeten onderschrijven en uitdragen. Die normen heten met een juridische term jus cogens. Binnen deze normen vallen ook de rechten van de mens.

Deze normen vormen een set fundamentele rechtsprincipes die de Internationale Gemeenschap van Staten als norm heeft vastgesteld en waarvan je niet mag afwijken. Jus cogens omvat het verbod tegen volkerenmoord, apartheid, maritieme piraterij, marteling, refoulement van vluchtelingen en asielzoekers, agressieve oorlogen, bevolkingstransfer, ontkenning van het recht op zelfbeschikking en territoriale verrijking, hetzij door militaire of andere middelen.

Deze normen zijn bovendien bevestigd door het Internationale Hof van Justitie als vaststaande basis principes van het internationale recht. Alle staten moeten deze minimumregels naleven, of zij nu wel of niet de verdragen hebben geratificeerd. Het toepassen van deze normen start met de verplichting van elke staat om geen enkele situatie erkennen die deze normen overtreedt.

MZ: Hoe vertaalt zich dit naar Palestina?

JS: Palestina levert veel voorbeelden. De Israëlische militaire verovering van Palestijns grondgebied gaat tot op de dag van vandaag door. Daarmee ontkent Israël de onvervreemdbare rechten van de inheemse natie, waaronder het Palestijnse recht op zelfbeschikking. Dit is een schending van het jus cogens. Het is daarom de verplichting van alle staten om deze  situatie niet te erkennen en om zich te onthouden van samenwerking met de medeplichtigen.

Tijdens de apartheid in Zuid Afrika namen gemeenteraden wetsvoorstellen aan die openbare instellingen verboden in zee te gaan met de illegale instanties; dat was voordat de centrale overheden dit accepteerden. Uiteindelijk werd het onaanvaardbaar om met een partner van apartheid handel te drijven. In 1962 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie aan die sancties oplegde aan Zuid Afrika. Nadat het internationale recht apartheid als misdaad erkende, werden de Verenigde Naties steeds duidelijker over het soort maatregelen dat genomen moest worden. In 1985 nam de Veiligheidsraad concrete stappen om apartheid tegen te gaan. Deze stappen leidden tot het boycotten van partijen die medeplichtig waren aan het in stand houden van de illegale situatie en van hen die handel dreven met Zuid Afrika onder apartheid. Deze maatregelen werden boycot, divestment en sancties genoemd.

Eigenlijk verwijst het woord boycot naar een consumentenactie die voortkomt uit een vrije keuze om iets niet te kopen. Een overheidsbesluit om niet samen te werken met medeplichtigen aan ernstige schendingen van het fundamentele recht is geen boycot, maar een verplichting. Het vermijden van een illegale situatie ligt ten grondslag aan het internationale recht.

Het terugtrekken van investeringen uit bedrijven die profiteren van bezetting of die handelen met partners in een gekoloniseerde omgeving is niets meer dan zorgvuldig handelen om collaboratie met die illegale situatie te vermijden. Onder deze omstandigheden is divestment een verplichting, zodat de basis van ons recht overeind blijft. Staten en publieke instellingen hebben geen privileges om te collaboreren binnen illegale situaties.

MZ: Kun je beschrijven wat de illegale situatie precies is en wat exact vermeden moet worden? Zijn het de nederzettingen, de muur of is het bijbehorende regime?

JS:  Ja, dat alles. Het zijn niet alleen de nederzettingen en de muur, maar het is het bijbehorende regime dat de illegale muur en de koloniale nederzettingen structuur in Palestina stand houdt. Het bijbehorende regime omvat ook de instituten die de planning en implementatie mogelijk maken, zoals het Joods Nationaal Fonds en het Joods Agentschap als ook het Israëlische waterbedrijf Mekorot.

Er zijn duidelijke voorbeelden van de Veiligheidsraad die een keur aan sancties heeft uitgebracht die de fundamentele normen illustreren en die uitleggen welke maatregelen genomen dienen te worden. Bijvoorbeeld, de Veiligheidsraad heeft maatregelen aangenomen waarin zij stelt dat je niet mag samenwerken met de criminele acties van  ISIS. De Verenigde Naties verbiedt handel met diegene die de sancties overtreden en met hun handlangers, vooral op het gebied van antiquiteiten, financiën, olie en wapens.

Er zijn voorbeelden waarin de Veiligheidsraad uitlegt wat staten en andere publieke instellingen moeten doen om illegale situaties zoals slavernij, verkrachtingen, moord en het werven van kind soldaten binnen de duistere praktijken van handel in conflict mineralen te vermijden. Zoals ook maatregelen worden vereist van alle staten, erga omnes – om deze juridische term te gebruiken – om een einde te maken aan de ontkenning van het recht op zelfbeschikking.

De Verenigde Naties hebben dus een breed scala aan mogelijkheden en men is bekend met de maatregelen. Wat onze wereldorde in stand houdt, is het respect voor deze verantwoordelijkheden en de naleving van verplichtingen die, zonder uitzondering, voor alle publieke organen gelden.

MZ: In 2004 bevestigde het International Gerechts Hof in Den Haag in haar uitspraak over de muur, dat niemand de muur en het bijbehorende regime mag steunen of helpen. Kan de Israëlische staat beschouwd worden als bijbehorende regime?

JS: Ja, de Israëlische staat is verantwoordelijk voor deze illegale situatie. De term “bijbehorend regime” duidt op alles wat de illegale situatie in stand houdt. De Israëlische overheid en de instanties als ook de Israëlische woordvoerders bevestigen, keer op keer, de integratie van het bezettingsregime en de staat Israel. Het bijbehorende regime omvat het premierschap en regionale planningsorganen. Het bijbehorende regime is een complex web van medeplichtigen. Het ontrafelen van de staat en het bijbehorende regime is onmogelijk.

Het bijbehorende regime bestaat niet uit alleen de koloniale nederzettingen, maar het bevat de overkoepelende structuur die ertoe leidt dat nederzettingen steeds verder kunnen uitbreiden waarnaartoe steeds meer kolonisten kunnen worden overgebracht, hetgeen een oorlogsmisdaad is.

Het is onmogelijk om de economie onder de bezetting van die van Israël zelf te onderscheiden. De Israëlische economie is afhankelijk van de natuurlijke hulpbronnen die door nationale en internationale bedrijven worden geroofd van Palestijnen in van de Syriers in de Golan. Hierdoor wordt inzichtelijk dat ook delen van de private sector onder het bijbehorende regime vallen.

MZ: De BDS beweging eist dat Israël zich aan het internationale recht houdt en verwijst daarbij naar drie punten: een einde aan de bezetting, respect voor het recht op terugkeer en het beëindigen van de kolonisatie van Arabisch land. Moeten wij dit zo interpreteren dat alle staten deze normen moeten respecteren omdat zij onderdeel zijn van de fundamenten van het internationale recht?

JS:  Ja, zeker. BDS is een campagne van maatschappelijke organisaties die vraagt om naleving van het  jus cogens, de fundamentele rechten en verantwoordelijkheden die wij allen hebben. Het is daarom onfortuinlijk om te zien hoe sommige overheden de rechten en verantwoordelijkheden van BDS activisten ontkennen. In een enkel geval hebben de autoriteiten de oproep tot BDS verboden. Dergelijke wetgeving ontkent niet alleen vrijheid van meningsuiting, maar zij ondermijnt de basis van ons juridische systeem.

Deze meningsverschillen over BDS vormen een testcase voor sommige locale klachtencommissies of lagere hoven die weinig kennis hebben van de toepassing van mensenrechten en internationaal recht. Echter, mensenrechten en gerelateerde burgerlijke rechten zijn niet de enige rechtsgebieden die hier gelden, ook internationaal crimineel recht en jus cogens moeten worden meegenomen in de besluitvorming. Wanneer activisten om een verbod op handel met de koloniale nederzettingen in Palestina vragen, kan iemand die niet gespecialiseerd is in internationaal recht de vraag alleen tegen het licht van de Wereld Handels Verdragen houden, welke vrije handel promoten. Daarmee wordt de reikwijdte van de jurisdictie van het internationale recht ontkend. Een arbiter met een grondig begrip van internationaal recht zal handel met een illegale nederzetting of met het bijbehorende regime interpreteren als medeplichtigheid aan een misdaad en als een schending van de fundamentele normen van de internationale wereld orde.

Gedurende de laatste decennia jaren zijn deze fundamentele normen verwaarloosd door de betrokken partijen. In het Midden Oosten lopen er teveel daders rond die vertrouwen op een patroon van straffeloosheid en onschendbaarheid. Als gevolg van het gebrek aan respect voor deze normen bevinden we ons in het Midden Oosten in de erbarmelijke staat waar we nu zijn.

 

Het volledige artikel over extra territoriale verantwoordelijkheden van staten is in het Engels gepubliceerd op de HIC MENA website in 2015.