Aandeelhouders van Israëlische banken profiteren van de bouw van illegale nederzettingen

Op 16 november 2015 keurde de Israëlische premier Netanyahu de bouw van 454 nederzetting-huizen in Oost-Jeruzalem goed. Netanyahu is recordhouder van de uitbreiding van de nederzettingen. Sinds de bezetting van 1967 van de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem), de Gazastrook en de Golan Hoogte bouwt Israël illegale nederzettingen in bezet gebied en breidt deze uit. Dit wordt gefinancierd door de Israëlische banken.

Institutionele beleggers faciliteren de bouw van nederzettingen met investeringen in Israëlische banken en daardoor profiteren zij ervan. Deze investeringen voeden het conflict en zijn in tegenspraak met de richtlijnen waar ze zich aan zouden moeten houden: de VN Global Compact, de VN Richtlijnen voor Bedrijfsleven en Mensenrechten en de OESO Richtlijnen.

Nederzettingen zijn een schending van het internationaal recht

Israëlische nederzettingen zijn illegaal volgens internationaal recht en worden beschouwd als een oorlogsmisdaad op grond van Artikel 49(6) van de Vierde Conventie van Genève en Artikel 55 van het Verdrag van ‘s-Gravenhage (1907). In 2004 bevestigde het Internationaal Gerechtshof Hof dat Israëlische nederzettingen in de bezet Palestijnse gebied (inclusief Oost-Jeruzalem) zijn gesticht in strijd met het internationale recht. Resoluties 242 (1967) en 338 (1973) van de VN Veiligheidsraad eisen van Israël volledige terugtrekking uit de gebieden die het bezet. VN Veiligheidsraad Resolutie 465 (1980) roept alle staten op geen enkele assistentie aan Israël te verlenen die verband houdt met de nederzettingen in de bezette gebieden.

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, haar verdragscomités inzake mensenrechten, evenals vrijwel alle lidstaten van de VN en andere internationale actoren hebben de illegaliteit van nederzettingen volgens het internationaal recht keer op keer bevestigd en hebben een beroep op Israël gedaan om de bouw hiervan te staken.

Nederzettingen zijn een schending van mensenrechten

De onafhankelijke VN onderzoekscommissie die de gevolgen van de Israëlische nederzettingen onderzocht, concludeerde in 2013 dat het Palestijnse recht op zelfbeschikking, non-discriminatie, vrijheid van beweging, gelijkheid, een eerlijk proces, niet willekeurig te worden gearresteerd, vrijheid en veiligheid van de persoon, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van toegang tot plaatsen voor gebed, onderwijs, water, huisvesting, adequate levensstandaard, onroerend goed, toegang tot natuurlijke hulpbronnen en effectieve remedie consequent en dagelijks wordt geschonden.

Volgens de Verenigde Naties, middels haar kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, dienen Israëlische nederzettingen begrepen te worden als “alle fysieke en niet-fysieke structuren en processen die de stichting, uitbreiding en onderhoud van de Israëlische woongemeenschappen buiten de Groene Lijn van 1949 in bezet Palestijns gebied vormen, mogelijk maken en ondersteunen.” Deze uitgebreide definitie laat zien dat Israëlische nederzettingen geen abstract feit zijn. De verwijzing naar ‘niet-fysieke structuren en processen’ maakt duidelijk dat financiële dienstverlening moet worden gezien als integraal onderdeel van de Israëlische nederzettingen en dus als een schending van internationaal recht en mensenrechten.

VN Richtlijnen voor Bedrijven en Mensenrechten

De UN Global Compact, gelanceerd in 2000, is een kader voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en Verantwoord Beleggen dat vaak wordt gebruikt door institutionele beleggers. Principes 1 en 2 adresseren mensenrechten die afgeleid zijn van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

In 2006 concludeerde het Internationale Comité van het Rode Kruis, de hoeder van humanitair oorlogsrecht, dat de normen van humanitair oorlogsrecht van toepassing zijn op ondernemingen in situaties van gewapende conflict. In juni 2011 heeft de VN Mensenrechtenraad unaniem ingestemd met de VN Richtlijnen voor Bedrijfsleven en Mensenrechten. Deze Richtlijnen stellen onder principe 12 dat “de verantwoordelijkheid van ondernemingen om mensenrechten te respecteren verwijst naar internationaal erkende mensenrechten.” De toelichting op principe 12 bepaalt dat “in situaties van gewapend conflict, bedrijven de normen van humanitair oorlogsrecht dienen te respecteren.” In juni 2014 verduidelijkte het VN kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten dat een gebied onder bezetting binnen de term “conflict getroffen gebied” van de VN Richtlijnen valt.

Dit bevestigt dat humanitair oorlogsrecht en internationale mensenrechtenwetgeving van toepassing zijn op ondernemingen in bezet Palestijns gebied onder de VN Richtlijnen. DezeVN richtlijnen zijn geïntegreerd in de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, waardoor de VN Richtlijnen het meest geaccepteerde kader voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en Verantwoord Beleggen is.

Centrale rol van Israëlische banken in de nederzettingenbouw

Israëlische banken spelen een centrale rol in het faciliteren van de Israëlische bezetting en kolonisatie. Dit is in detail beschreven in Who Profits’ rapport ‘Financing the Israeli occupation’ van 2010 en haar update van juli 2013. De rapporten beschrijven hoe Israëlische banken voorzien in de financiële infrastructuur voor activiteiten van bedrijven, overheidsinstellingen en particulieren in de bezette gebieden. Deze betrokkenheid omvat verstrekking van hypotheken voor huizenkopers, speciale bedrijfsleningen voor de bouw van woningprojecten in nederzettingen en het verlenen van financiële diensten aan de inwoners van de nederzettingen middels haar lokale vestigingen, aan Israëlische lokale autoriteiten in de Westelijke Jordaanoever en de Golan Hoogte en aan bedrijven in nederzettingen.

Richard Falk, een voormalige Speciale VN Rapporteur voor de mensenrechten situatie in de bezette Palestijnse gebieden, waarschuwde dat “financiële instellingen en vastgoedbedrijven strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun betrokkenheid bij de illegale nederzettingen in bezet Palestina.”

Institutionele beleggers zoals de Nederlandse pensioenuitvoerder PGGM, het Luxemburgse algemene pensioenfonds Fonds de Compensation, Nederlandse pensioenfondsen APF (AkzoNobel) en BPL (Landbouw) en het Deense Danske Bank, hebben reeds gedesinvesteerd van Israëlische banken en ze op hun uitsluitingslijsten gezet.

Israëlische banken maken deel uit van de nederzettingen

???? ?"? ???? ?????

Net als de Israëlische regering maken Israëlische banken geen onderscheid tussen Israël en de nederzettingen, omdat de Israëlische wet dit onderscheid verbiedt. Israëlische banken maken deel uit van de fysieke structuur van de nederzettingen door hun filialen in de nederzettingen en ze maken de nederzettingen mogelijk door de individuele huizen, vastgoed en door het onroerend goed dat de banken in bezit hebben als onderpand te accepteren voor verstrekte leningen.

Israëlische banken maken ook deel uit van de niet-fysieke structuur en processen van nederzettingen. Zij ondersteunen nederzettingen door het verschaffen van de essentiële financiële infrastructuur en diensten aan de autoriteiten om de gemeenten te laten besturen en om diensten te kunnen verstrekken aan haar inwoners. Door middel van leningen breiden de lokale autoriteiten de bestaande nederzettingen uit. Door de verstrekking van deze leningen worden Israëlische banken investeerders in de ontwikkeling van de nederzettingen. Daarnaast nemen Israëlische banken als gemeentelijke belastingbetalers rechtstreeks deel aan de nederzettingen economie, waarmee ze wederom bijdragen aan de ontwikkeling en welvaart van de nederzettingen .

Conclusie: rol en verantwoordelijkheid van beleggers

Israëlische nederzettingen zijn illegaal volgens het internationaal recht, en vormen een oorlogsmisdaad. Bovendien vormen de Israëlische nederzettingen een schending van tal van mensenrechten.

Israëlische banken zijn een integraal en essentieel onderdeel van de Israëlische nederzettingen, wat duidelijk maakt dat Israëlische banken niet alleen faciliteren, maar deel uitmaken van de oorlogsmisdaad die Israëlische nederzettingen zijn, en verantwoordelijk zijn voor de mensenrechtenschendingen die ze vormen.

Institutionele beleggers die aandelen bezitten in de Israëlische banken vergoelijken de bouw en uitbreiding van Israëlische nederzettingen en profiteren ervan.

Institutionele beleggers moeten zich realiseren dat hun investeringen in Israëlische banken in strijd zijn met de VN Richtlijnen voor Bedrijfsleven en Mensenrechten, en daarmee de OESO-richtlijnen waarin zij integraal zijn opgenomen, en principe 1 en 2 van de UN Global Compact.

Het is duidelijk dat investeren in Israëlische banken niet langer acceptabel is. Niet alleen ethische beleggers die beweren dat ze de mensenrechten in aanmerking nemen bij het maken van investeringsbeslissingen, maar alle institutionele beleggers dienen zich de juridische, financiële en reputatierisico’s te realiseren en zouden dienovereenkomstig moeten desinvesteren van Israëlische banken.

Politieke partijen, vakbonden, kerken en gewone mensen willen steeds vaker weten hoe hun spaargeld of pensioenfonds geld wordt geïnvesteerd. Ze eisen dat het wordt gedaan op een verantwoorde manier en vragen hun banken en pensioenfondsen: draagt ons spaargeld bij aan vrede of conflict?

Om te voorkomen dat het conflict nog meer gevoed wordt en om te stoppen met de financiering van de bezetting, is de tijd gekomen voor een wereldwijde oproep: “Profiteer niet van de bezetting.”