Vandaag, 29 september 2016, doen de heer dr. F.L van Vliet, Mrs M.H.A. Remmers, Mr S. van Houcke en Article 1 Collective, middels de hieronder gepubliceerde brief, aangifte van een ambtsmisdrijf gepleegd door Minister Asscher.

De aangifte gaat over de uitzondering die de Minister heeft gemaakt voor Israëlische kolonisten in de illegale nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Sinds de aantreding in zijn ambt in 2012, is de Minister verantwoordelijk voor onrechtmatige, volledige AOW-betalingen aan kolonisten van Nederlandse komaf. AOW-gerechtigden in andere landen of gebieden zonder verdragsovereenkomst ontvingen dit privilege niet.

De Minister schond hiermee de Nederlandse wet, daar de nederzettingen illegaal zijn en niet erkend worden als Israëlisch grondgebied en derhalve niet binnen de Nederlandse verdragen met Israël vallen. De Minister heeft de Tweede Kamer jaren lang niet over deze kwestie geïnformeerd. Tenslotte heeft deze daad tot gevolg dat jarenlang gedaan is alsof de illegale nederzettingen tot Israëls grondgebied behoorden, in strijd met het buitenland beleid.

In juni 2016 heeft NRC hierover uitgebreid geschreven. De krantenartikelen vindt u onderaan.

Article 1 Collective is van mening dat recht en mensenrechten de basis zijn bij het oplossen van internationale conflicten. Daarnaast bepleit Article 1 Collective dat slachtoffers van (internationale) misdrijven toegang tot het recht moeten krijgen.

Minister Asscher moet zich houden aan de grondwet. Het is onacceptabel dat Minister Asscher een uitzondering heeft gemaakt voor de illegale nederzettingen, welke een beladen politiek dossier vormen, juist daar waar het recht een oplossing zou kunnen bieden.

Het feit dat de Minister zijn ambt heeft misbruikt, uitzonderingen op het recht heeft toegestaan en daarmee de wet heeft overtreden, en het feit dat hij de Tweede Kamer lange tijd niet ter zake heeft geïnformeerd, ondermijnt het geloof in de Nederlandse en internationale rechtsorde. Mogelijke internationale politieke consequenties van deze daad baren ons zorgen.

Met deze aangifte vraagt Article 1 Collective uw aandacht voor de feiten. U kunt deze aangifte steunen door een email te sturen onder vermelding van uw naam en voornaam, uw woonplaats en uw email adres naar aangiftetegenAsscher@yahoo.com 

Lodewijk Asscher, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, viceminister-president. Foto voor de bewindsliedenpagina op RO.nl
Lodewijk Asscher, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vice minister-president.

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer, mevrouw Khadija Arib

Onderwerp: Aangifte ambtsmisbruik door Minister Asscher

 

Geachte mevrouw Arib,

Wij schrijven u op verzoek van de heer dr. F.L van Vliet, de heer S. van Houcke, mevrouw M.H.A. Remmers en Stichting Article 1 Collective.

Namens genoemde personen en organisaties doen wij hierbij aangifte van een door, onder anderen, de heer Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gepleegd ambtsmisdrijf. Dit ambtsbedrijf, waarover hieronder meer, komt er in het kort op neer dat de minister met opzet gedurende enkele jaren volledig AOW-pensioen heeft laten uitkeren aan personen woonachtig in de illegale nederzettingen in bezet Palestijns gebied, in strijd met de op dit punt geldende wettelijke regeling.

Procedure na aangifte 

Vervolging van een minister voor ambtsmisdrijven is in Nederland niet gebruikelijk, maar wel mogelijk. Ministers genieten wettelijk gezien in dergelijke gevallen geen immuniteit.

Vervolging is ingevolge art. 119 Grondwet echter alleen mogelijk indien de procureur-generaal bij de Hoge Raad hiertoe bij koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer het bevel krijgt. De procureur-generaal is op grond van art. 483 lid 3 Sv. verplicht aan dit bevel gehoor te geven. Berechting van ministers vindt plaats door de Hoge Raad, als eerste en enige instantie (art. 76 lid 1 RO).

In de Wet ministeriële verantwoordelijkheid is de procedure neergelegd die door de Tweede Kamer moet worden gevolgd om tot genoemd bevel te kunnen komen. Op initiatief van vijf of meer leden kan de Tweede Kamer beslissen tot het instellen van een bijzondere enquêtecommissie, die conform de bevoegdheden uit de Wet op de parlementaire enquête onderzoek kan uitvoeren naar de gepleegde ambtsmisdrijven. Op basis van de conclusies uit dit on- derzoek kan de Tweede Kamer dan beslissen of een opdracht tot vervolgen moet worden gegeven.

De hierboven in het kort geschetste procedure is de reden dat wij ons in deze zaak rechtstreeks tot u wenden, met het verzoek het nodige te doen.

Omdat het openbaar ministerie, parallel aan de in te stellen parlementaire enquête, zelfstandig bevoegd is tot het doen van opsporingsonderzoek, gaat een kopie van deze brief tevens naar de heer Mr. H.J. Bolhaar, de voorzitter van het College van procureurs-generaal. Een bevel van de Tweede Kamer is alleen noodzakelijk voor het instellen van vervolging, niet voor het verrichten van opsporingsonderzoek.

Feiten 

De strafbare handelingen die wij hierbij onder uw aandacht brengen zijn uitgebreid in de media uitgelicht, met name in het NRC Handelsblad; twee in juni en juli 2016 in deze krant gepubliceerde artikelen zijn als bijlage bij deze brief gevoegd.

Uit de door de krant gemaakte reconstructie kunnen de volgende feiten worden gedistilleerd:

Op grond van art. 8a AOW mag Nederland alleen volledig AOW-pensioen uitkeren aan mensen die wonen in landen waarmee een handhavingsverdrag is gesloten. Dit om fraude met uitkeringen te voorkomen. Met Israël is een dergelijke verdrag gesloten, maar dit geldt niet voor bezet Palestijns Gebied, omdat Nederland de soevereiniteit van Israël in dat gebied niet erkent.

Art. 8a AOW is eind 2005 van kracht geworden. De AOW kent een soepele overgangsregeling, die met name van belang is voor personen die al een uitkering hadden op het moment dat de Wet beperkingen export uitkering op 1 januari 2000 van kracht werd. In bezet Palestijns Gebied wonen enkele tientallen personen die niet onder de uitzonderingsbepalingen van de AOW vallen en, in ieder geval tot voor kort, in strijd met de wet een volledige uitkering ontvingen.

Op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was men al jaren op de hoogte van het feit dat ten onrechte volledige uitkeringen werden verstrekt aan personen in door Israël bezette gebieden. Uit de reconstructie van het NRC Handelsblad blijkt dat ook bewindslieden zich met het gevoelige dossier hebben bemoeid, niet alleen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maar ook die van Buitenlandse Zaken. Alle betrokkenen wisten dat geen uitvoering werd gegeven aan de relevante regelgeving, de AOW en de Wet beperking export uitkeringen, en dat bovendien de Tweede Kamer hiervan niet op de hoogte werd gesteld.

Eind 2013 besluit de Sociale Verzekeringsbank, die verantwoordelijk is voor de uitbetaling van de AOW, een einde te maken aan de onrechtmatige doorbetaling van volledige uitkeringen. De Sociale Verzekeringsbank informeert begin 2014 de Israëlische betrokkenen in bezet Palestijns Gebied.

De brief die de Sociale Verzekeringsbank in 2014 naar die betrokkenen stuurde, leidde in Israël tot commotie, en vervolgens ook op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op 4 februari 2014 werd Asscher, op dat moment minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, door zijn ambtenaren over de situatie ingelicht, waarbij hij te horen kreeg dat de korting voor mensen in door Israël bezette gebieden al jaren daarvoor had moeten ingaan. De nota waarmee de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toen op de hoogte werd gesteld van de problematiek is eveneens als bijlage bij deze brief gevoegd.

Op vrijdag 21 februari 2014, na overleg met de premier en de minister van Buitenlandse Zaken, besloot minister Asscher echter de wet niet toe te passen en door te gaan met de volledige uitkering van de AOW in de nederzettingen in door Israël bezette gebieden. De Sociale Verzekeringsbank kreeg van een ambtenaar van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de opdracht de eerder genomen beslissing terug te draaien en de betrokkenen in de bezette gebieden hierover te verwittigen.

De uitkeringsgerechtigden in de bezette gebieden ontvangen nu nog steeds een volledige uitkering. Art. 8a AOW is nooit uitgevoerd, althans niet in bezet Palestijns Gebied, ook niet nadat Asscher hierover begin 2014 was geïnformeerd. Wel is, zo schrijft het NRC Handelsblad, naarstig gezocht naar een noodoplossing voor wat als een politiek gevoelig dossier werd beschouwd, een oplossing die pas eind 2015 is gevonden.

Op 30 juni 2016 stuurde minister Asscher u een brief over de kwestie, geschreven in reactie op de commotie die in de media over het onderwerp was ontstaan; ook een kopie van deze brief, waarin genoemde noodoplossing wordt gepresenteerd, sluiten wij volledigheidshalve bij.

Deze brief is om meerdere redenen opvallend en bevat feitelijke onjuistheden. Van belang hier is dat de minister in die brief erkent dat jarenlang ten onrechte volledige uitkeringen aan personen in de bezette gebieden zijn verstrekt, dat “het kabinet” hiervan in januari 2014 op de hoogte is gesteld en dat hij toen niet alsnog uitvoering heeft gegeven aan de wettelijke AOW-regeling. Ter rechtvaardiging voor zijn keuze de wet hier niet uit te voeren, beroept minister Asscher zich in de brief op omstandigheden die niet door de feiten worden gestaafd en overigens ook niet afdoen aan zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid.

Het volledig uitbetalen van de AOW aan personen in de bezette gebieden berustte, zo blijkt uit de berichtgeving in het NRC Handelsblad, op de politieke wens van minister Asscher om voor die inwoners van de illegale nederzettingen in die door Israël bezette gebieden een uitzondering te maken, een uitzondering waarvoor het wettelijke regime geen ruimte bood.

De bijgevoegde artikelen van het NRC Handelsblad zijn gebaseerd op grondig onderzoek van een groot aantal, deels vertrouwelijke, bronnen. De artikelen zijn te vinden op de website van de krant, evenals de belangrijkste onderliggende stukken.1

Het ambtsmisdrijf 

Een minister mag niet opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan de wet. Ook mag hij geen beschikkingen nemen of bevelen geven waarvan hij weet dat die met die wet in strijd zijn. Doet hij dit toch, dan maakt hij zich schuldig aan overtreding van art. 355 Strafrecht:

Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, worden gestraft de hoofden van ministeriële departementen:

3°. die beschikkingen nemen of bevelen geven of bestaande beschikkingen of bevelen handhaven, wetende dat daardoor de Grondwet of andere wetten of algemene maatregelen van inwendig bestuur van de staat worden geschonden;
4°. die opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan de bepalingen van de Grondwet of andere wetten of algemene maatregelen van inwendig bestuur van de staat, voor zover die uitvoering wegens de aard van het onderwerp tot hun ministeriële departementen behoort of uitdrukkelijk hun is opgedragen.

Minister Asscher heeft er persoonlijk voor gezorgd dat personen in de door Israël bezette gebieden een hogere uitkering hebben ontvangen dan waarop zij volgens de wet recht hadden. Hij heeft hiertoe in februari 2014 ook instructies aan de Sociale Verzekeringsbank doen geven. Bij dit alles is van belang op te merken dat de minister door zijn optreden ook art. 1 Grondwet en de Wet op de gelijke behandeling heeft geschonden, nu andere uitkeringsgerechtigden in vergelijkbare situaties niet van het uitzonderingsregime hebben kunnen profiteren. Het is van groot belang dat bewindslieden, zoals ook de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid rechtmatige beslissingen nemen en ook de wet uitvoeren. Art. 355 Strafrecht is in het leven geroepen om de integriteit van het openbaar gezag te garanderen en waarborgen te bieden tegen misbruik.

Het feit dat minister Asscher lange tijd aan een ‘oplossing’ van het probleem heeft gewerkt, neemt niet weg dat hij wel degelijk strafrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door in 2014, toen hij over de situatie geïnformeerd is, willens en wetens de beslissing te nemen de wet opzij te zetten en door te gaan met het volledig uitkeren van de AOW in de bezette gebieden. Dat de minister wist dat hij in strijd met de wet handelde blijkt ook uit de bij deze aangifte gevoegde ambtelijke nota en de op die nota door de minister met de hand gemaakte aantekeningen. Duidelijk is dat minister Asscher begreep dat de wettelijke regeling volledige AOW-uitkering in de bezette gebieden niet toeliet en dat hij desondanks toch van plan was die volledige uitkeringen te blijven verstrekken.

Dat het voor de betrokkenen in bezet Palestijns Gebied vervelend is om gekort te worden op hun uitkering is ongetwijfeld waar, maar dat kan geen rechtvaardiging zijn voor strafbaar handelen. Bovendien hebben de betrokkenen er zelf voor gekozen in de bezette gebieden te gaan wonen, terwijl zij wisten of hadden moeten weten dat dit voor hun AOW-uitkering gevolgen had kunnen hebben.

Tot slot

Cliënten hechten er aan hier op te merken dat zij tot deze aangifte hebben besloten omdat zij van mening zijn dat minister Asscher door zijn optreden in deze zaak het publieke vertrouwen in het openbaar gezag en de rechtstaat heeft ondergraven, ook omdat de Tweede Kamer met opzet jarenlang niet van de onrechtmatige doorbetaling van de AOW-uitkeringen op de hoogte is gesteld. Door zijn optreden heeft de minister het parlement en daarmee de democratische controle terzijde geschoven.

Wij verzoeken u deze brief onder de aandacht te brengen van de leden van Tweede Kamer en de procedure van de Wet ministeriële verantwoordelijkheid in gang te zetten door het bijeenroepen van een bijzondere enquêtecommissie.

Wij verzoeken u ons op de hoogte te houden van uw verdere stappen in deze zaak.

Met vriendelijke groet,

 

Michiel Pestman en Liesbeth Zegveld

 

Bijlagen:

Leonie van Nierop & Derk Stokmans, ‘Wat gaat er mis als we gewoon blijven betalen?’ [What’s wrong with us continuing to pay], NRC Handelsblad, 18 June 2016

Leonie van Nierop & Derk Stokmans, Asscher wist dat hij de wet overtrad in AOW-kwestie [Did Asscher break the law in the AOW issue], NRC Handelsblad, 14 July 2016

Letter from Minister of Social Affairs and Employment to the Chairwoman of the House of Representatives, 30 June 2016, “Application of the Benefit Restrictions (Foreign Residence) Act to the territories occupied by Israel. kamerbrief-toepassing-wet-beu-in-de-door-israel-bezette-gebieden (1)

[1] www.nrc.nl/nieuws/2016/06/17/wat-gaat-er-mis-als-we-gewoon-blijven-betalen-a1401936