DP4-Cover-Web

Door John Veron – Facing Finance publiceert de 4e editie van het Dirty Profits rapport waarin bedrijven en financiële instellingen belicht worden die profiteren van mensenrechtenschendingen. Article 1 Collective beschrijft hoe ook Israëlische banken ‘dirty profits’ maken (zie pagina 61 van het Dirty Profits rapport).

Centrale rol van Israëlische banken in Israëlische nederzettingen bouw en uitbreiding

Israëlische banken spelen een centrale rol in alle aspecten van de Israëlische controle over het grondgebied dat het bezet en gekoloniseerd heeft sinds 1967. Illegale Israëlische nederzettingen zijn slechts één voorbeeld. Resolutie 242 (1967) en 338 (1973) van de VN-Veiligheidsraad eisen dat Israël zich volledig moet terugtrekken uit de gebieden die het bezet. Israëlische nederzettingen zijn illegaal volgens internationaal recht en worden beschouwd als een schending van artikel 49 (6) van de Vierde Geneefse Conventie en artikel 55 van de Haagse Conventie (1907). In 2004 bevestigde het Internationaal Gerechtshof dat Israëlische nederzettingen zijn gebouwd in strijd met internationaal recht.Volgens de Verenigde Naties dienen Israëlische nederzettingen gezien te worden als ​​”alle fysieke en niet-fysieke structuren en processen die de stichting, uitbreiding en onderhoud van de Israëlische woongemeenschappen buiten de Groene Lijn van 1949 in bezet Palestijns gebied vormen, mogelijk maken en ondersteunen.”

De onafhankelijke VN onderzoekscommissie die de gevolgen van de Israëlische nederzettingen onderzocht (2013), concludeerde dat het Palestijnse ​​”[…] recht op zelfbeschikking, non-discriminatie, vrijheid van beweging, gelijkheid, een eerlijk proces, niet willekeurig te worden gearresteerd, vrijheid en veiligheid van zijn persoon, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van toegang tot plaatsen voor gebed, onderwijs, water, huisvesting, adequate levensstandaard, eigendom, toegang tot natuurlijke hulpbronnen en effectieve rechtshulp consequent en dagelijks wordt geschonden.​​”

Het rapport “Financing the Israeli occupation” van de Israëlische NGO Who Profits (2010) en haar update van 2013 beschrijven hoe Israëlische banken zorgen voor de financiële infrastructuur voor de Israëlische nederzettingen:

Israëlische banken verstrekken hypotheken aan huizenkopers in de nederzettingen. De woning die ze kopen wordt gebruikt als onderpand, zoals gebruikelijk is met hypothecaire leningen. In gevallen van gedwongen verkoop wordt de bank eigenaar van die woning.

Israëlische banken verstrekken speciale leningen voor huizenbouwprojecten in nederzettingen.
Deze leningen worden verstrekt onder specifieke voorwaarden, die zijn geregeld in “begeleidings-overeenkomsten” uit de Israëlische Verkoop Wet. De voorwaarden zorgen ervoor dat een bank garant staat voor het bouwproject, het bouwbedrijf steunt, en de investeringen van de kopers beschermt door het verstrekken van een bankgarantie. Voorafgaand aan een begeleidings-overeenkomst, benoemt de bank iemand om de winstgevendheid van het project te onderzoeken. Soms houdt de bank het onroerend goed als onderpand tot alle woningen zijn verkocht. De betalingen van huizenkopers worden gestort op een speciale bankrekening, en de bank controleert de financiële status alsook de voortgang van het project. Meestal is de bank is ook betrokken bij het bepalen van de prijs van de appartementen en het tijdschema voor de voltooiing van de bouw. De bank vormt een nauwe samenwerking met het bouwbedrijf en is dus sterk betrokken bij de bouw van nederzettingen.

Israëlische banken zorgen voor de financiële infrastructuur en diensten aan nederzettingen autoriteiten. Regionale raden, lokale raden en gemeenten van Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever en de Golan hoogte zijn afhankelijk van deze diensten. De banken bieden een breed scala aan diensten, waaronder het beheer van bankrekeningen en overdracht van fondsen van de overheid en andere bronnen voor de autoriteiten van nederzettingen om de gemeenten te besturen. Israëlische banken verstrekken ook leningen, die gebruikt worden voor de ontwikkeling van de infrastructuur, de bouw van openbare gebouwen en voor het leveren van gemeentelijke diensten zoals elektriciteit, gezondheidszorg, transport, onderwijs etc. De verstrekking van deze leningen maakt de banken investeerders in de verdere ontwikkeling en welvaart van de nederzettingen, aangezien de toekomstige inkomsten uit belastingen en andere verdiensten worden verstrekt als onderpand.

Israëlische banken hebben filialen in Israëlische nederzettingen. Middels deze filialen verstrekken banken financiële diensten aan kolonisten en bedrijven in nederzettingen. De bankfilialen zijn onderdeel van de diensten infrastructuur die de ontwikkeling en uitbreiding van de nederzettingen mogelijk maakt en vormen een directe fysieke aanwezigheid in de nederzettingen. Daarnaast nemen Israëlische banken rechtstreeks deel aan de nederzettingeneconomie als gemeentelijke belastingbetalers.

Israëlische banken verstrekken financiële diensten aan bedrijven in nederzettingen en aan bedrijven wiens activiteit is gerelateerd aan de bezetting. Israëlische banken verstrekken bijvoorbeeld leningen aan de fabrieken die actief zijn in de industriële zones van de nederzettingen, of waarvan de hoofdactiviteit de bouw van nederzettingen is, of infrastructurele projecten voor  gebruik door Israëlische kolonisten. Het bezit van deze bedrijven wordt vaak gebruikt als onderpand, waardoor banken eigenaar worden in geval van faillissement. Een andere bekend voorbeeld is de financiering van de bouw en exploitatie van de Jerusalem Light Rail, die, in strijd met internationaal recht, Israël verbindt met Israëlische nederzettingen.

Israëlische banken maken geen onderscheid tussen Israël en haar nederzettingen en de Israëlische wet verbiedt hen dat te doen. Israëlische nederzettingen zijn illegaal volgens internationaal recht en vormen een oorlogsmisdaad en een schending van een groot aantal mensenrechten. Israëlische banken faciliteren niet alleen, maar zijn een integraal en essentieel onderdeel van de voortdurende ontwikkeling van Israëlische nederzettingen, en dus ook verantwoordelijk voor de daarmee verband houdende schendingen van internationaal recht en de schendingen van mensenrechten die zij vormen.

Institutionele beleggers, zowel degenen die aandelen in Israëlische banken bezitten dan wel beheren, vergoelijken de illegale en de voortgaande bouw en uitbreiding van de Israëlische nederzettingen en profiteren hiervan. Financiële instellingen moeten zich realiseren dat hun investeringen de VN Richtlijnen voor Bedrijfsleven en Mensenrechten negeren, en daarmee de OESO-richtlijnen waarin zij integraal zijn opgenomen, en principe 1 en 2 van de UN Global Compact.

Vanwege juridische en ethische redenen is het duidelijk dat investeren in Israëlische banken onaanvaardbaar is. Niet alleen ethische beleggers die beweren mensenrechten mee te wegen bij het maken van investeringsbeslissingen, maar alle institutionele en particuliere beleggers moeten zich de juridische, financiële en reputatierisico’s realiseren die aan dergelijke investeringen kleven en zouden derhalve moeten desinvesteren van Israëlische banken.

Dirty Profits Report 2016